AI voelt soms als spierpijn op plekken waarvan je niet wist dat je spieren had.
Ik heb lang geprobeerd zonder AI, oké, alleen voor vertalingen. De afgelopen twee weken heb ik samen met Claude Code mijn website gebouwd: CLSTR.art. Een kunstproject met groeiend archief van 10.000 keramische fragmenten, één kunstwerk, duizend verzamelaars.
Geen simpele landing page, maar een groeiend archief rond een kunstproject, inclusief webshop, met leuke nice to haves, frontend én backend. Plus een handige app om foto's te uploaden, aan te passen en te plaatsen.
Als oud grafisch ontwerper vond ik dat eerlijk gezegd behoorlijk confronterend.
Vroeger zette ik alles in WordPress:
• plugins zoeken,
• thema’s aanpassen,
• bugs oplossen,
• developers inschakelen,
• compromissen sluiten.
Nu praat ik gewoon met een AI.
Het is tegelijk:
• programmeur
• projectmanager
• art director
• assistent
• copywriter
• technische helpdesk
• sparringpartner
• en soms ook gewoon een eindeloos geduldige collega
Niets is te gek.
Alles lijkt mogelijk.
Binnen budget.
Binnen tijd.
Binnen de technische mogelijkheden.
Ik herinner me nog discussies met developers:
“Dat kan niet.”
“Dat wordt te duur.”
“Dat kost teveel tijd.”
En vaak hadden ze gelijk.
Maar AI heeft geen ego, geen vermoeidheid, geen planningsoverleg en geen urenfactuur en oneindig veel data.
Dat betekent niet dat menselijke makers verdwijnen.
Maar wel dat de volledige economische logica van creatieve en digitale productie aan het schuiven is.
Niet ooit - NU
Voor mensen zoals ik, opgegroeid tussen design, websites, developers en digitale productie, voelt dit als een fundamentele verschuiving.
Niet omdat AI perfect is.
Maar omdat de frictie bijna wegvalt.
Ik denk dat we onderschatten hoeveel creatieve frictie eigenlijk de basis was van complete industrieën.
